Nieuwsredactie – Bosnië en HerzegovinaBosnië en Herzegovina verkeert al geruime tijd in een politieke crisis. De spanningen liepen verder op in maar
Nieuwsredactie – Bosnië en Herzegovina
Bosnië en Herzegovina verkeert al geruime tijd in een politieke crisis. De spanningen liepen verder op in maart van dit jaar, toen de rechtbank een gevangenisstraf van één jaar en een verbod van zes jaar op politieke activiteiten oplegde aan Milorad Dodik, de president van de Servische entiteit Republika Srpska. Dodik werd beschuldigd van het negeren en actief tegenwerken van gerechtelijke uitspraken.
Als reactie verklaarde Dodik dat hij de rechtbanken van Bosnië en Herzegovina niet erkent. Ondanks een uitstaand arrestatiebevel werd dit door geen enkele veiligheidsinstantie uitgevoerd. Dodik reisde zelfs meerdere keren naar het buitenland, wat in de media leidde tot vragen over hoe hij ongestoord het land kon verlaten. Het feit dat veiligheidsdiensten gerechtelijke bevelen negeren, leidde tot een diepe staatscrisis.
In dezelfde periode keurde het parlement van Republika Srpska meerdere wetten goed die in strijd zijn met de grondwet van Bosnië en Herzegovina. Dodik riep Servische ambtenaren op ontslag te nemen uit overheidsinstellingen, en dreigde met inbeslagname van bezittingen binnen de entiteit als zij dat weigerden. Verschillende Europese landen, aangevoerd door de Verenigde Staten, plaatsten Dodik en zijn naaste medewerkers op een sanctielijst. Toch bleef Dodik onvermurwbaar. Niemand wilde hem officieel ontvangen — behalve de Hongaarse premier Viktor Orbán, de Russische president Vladimir Poetin, en één opvallende uitzondering: de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan, met wie hij al jarenlang nauwe banden onderhoudt.
Zeljka Cvijanović, vicevoorzitter van Dodiks partij en de Servische president in het collectieve presidentschap van Bosnië en Herzegovina, werd persoonlijk ontvangen door Erdoğan. Hoewel de details van die ontmoeting niet zijn vrijgegeven, bracht Cvijanović wel persoonlijk Erdoğans groeten over aan Dodik.
Parallel daaraan: de zaak-Hasan Avci
In dezelfde periode speelde ook een andere opvallende zaak: die van Hasan Avci — een vrijwilliger van de Gülenbeweging die al negen jaar in Bosnië verblijft. Volgens de Bosnische inlichtingendienst zou Avci een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Op basis van dat rapport werd hij overgedragen aan de immigratiedienst. Avci werd gearresteerd en overgebracht naar het detentiecentrum in Oost-Sarajevo.
Zijn advocaten gingen in beroep tegen het uitzettingsbevel. De rechtbank oordeelde dat de maatregel onwettig was en onvoldoende onderbouwd. Het dossier werd teruggestuurd naar het ministerie van Veiligheid voor herbeoordeling.
In de tussentijd vroeg Avci asiel aan, maar ook dat verzoek werd afgewezen. Kort na de eerste uitspraak vaardigde het ministerie opnieuw een detentie- en uitzettingsbevel uit, ditmaal voor 90 dagen. De verdediging tekende opnieuw bezwaar aan — en kreeg wéér gelijk. De rechtbank vernietigde het besluit opnieuw en bekritiseerde de schending van mensenrechten in duidelijke bewoordingen. De rechter droeg het ministerie op om een nieuw besluit te nemen dat wél in lijn is met het vonnis.
Het ministerie moest binnen vier dagen reageren, maar wachtte een maand en vaardigde wederom een detentiebevel uit. In diezelfde periode werd het ministerie ook veroordeeld in een andere rechtszaak: de rechtbank oordeelde dat het afwijzen van Avci’s asielaanvraag onrechtmatig was, omdat hij in Turkije het risico loopt op marteling. Opnieuw werd het dossier teruggestuurd voor herbeoordeling.
Wat is hier aan de hand?
Hoe is het mogelijk dat een ministerie vier keer op rij exact dezelfde beslissing neemt, ondanks herhaalde vernietiging door de rechter? Hier komt de lange arm van Erdoğan in beeld. Almir Džuvo, het hoofd van de Bosnische inlichtingendienst, oefent achter de schermen druk uit op het ministerie van Veiligheid om aan het Turkse verzoek te voldoen — koste wat kost.
Džuvo was recent ook betrokken bij een andere omstreden actie: hij smokkelde de gezochte Milorad Dodik, die zich al vier maanden onttrok aan de rechtsorde, heimelijk naar het staatsgerechtshof. Daar vroeg de aanklager — opvallend snel — om het arrestatiebevel op te heffen. De rechter stemde vrijwel direct toe.
Dat een hoge ambtenaar in een EU-kandidaat-lidstaat niet alleen gerechtelijke uitspraken negeert, maar ook actief druk uitoefent op rechters en aanklagers om besluiten te forceren, is inmiddels een veelbesproken onderwerp in de Bosnische media.
De zaak-Avci lijkt zonder twijfel ingegeven door druk vanuit Ankara. Tegelijkertijd komt ook de reddingsboei voor Erdoğans bondgenoot Milorad Dodik uit dezelfde hoek. De verbindende figuur in beide dossiers: Almir Džuvo, hoofd van de inlichtingendienst van Bosnië en Herzegovina.
COMMENTS